Print hem uit (A4, in kleur) voor op de koelkast, of bewaar deze pagina op je telefoon.
liefkind
De LIEF check-in
Even stilstaan. Je hoeft niets op te lossen. Eerst opmerken, dan landen, dan kiezen.
L
LichaamWat voel ik nu, en waar?
Voeten op de grond. Een hand op je buik. Adem één keer langer uit dan in. Zeg zacht wat je voelt: “Mijn schouders zitten hoog.”
I
IntellectWat denk ik nu, en wie in mij denkt het?
Noem het: “Daar is de strenge weer.” Vraag: is dit waar, of is dit een oud verhaal? Je hoeft het niet te geloven.
E
EnergieIn wat voor energie zit ik? Is die van mij, of neem ik hem over?
Stap bewust over een drempel, of zet één stap naar achteren. Zeg hardop: “Ik, [je naam], kies vertrouwen.”
F
FlowWat wil hier gebeuren? Wie kies ik hierin te zijn? Wat heb ik dan te doen?
Kies één klein ding. Soms is dat alleen: blijven.
liefkind
Weer bij jezelf. En nu?
Ben je weer een beetje geland? Dan kun je weer bij je kind komen. Kies er één.
- Leen je rust uit.Ga naast je kind zitten en adem rustig, zonder iets te zeggen. Een kind neemt jouw ritme vanzelf over.
- Zeg wat er in jou gebeurde.“Ik werd net heel vol in mijn hoofd. Ik heb even geademd. Nu ben ik er weer.”
- Kom op ooghoogte, en zeg wat je ziet.Zonder oordeel: “Je wilde nog zo graag doorspelen.”
- Volg twee minuten.Doe mee met wat je kind doet, zonder te sturen of te verbeteren.
- Stap samen over de drempel.“Kom, we stappen eroverheen. Nu beginnen we opnieuw.”
- Vraag in plaats van uitleggen.Bij oudere kinderen: “Wat had jij net nodig?” En dan vooral luisteren.
Loopt het toch anders? Herstel telt meer dan perfect zijn. “Het spijt me. Ik ben er weer.”
